In een steeds internationaler wordende samenleving komen internationale echtscheidingen steeds vaker voor. Wanneer echtgenoten verschillende nationaliteiten hebben, in verschillende landen hebben gewoond of wanneer een van de partners naar het buitenland verhuist, ontstaan complexe juridische vraagstukken. Dit geldt in het bijzonder wanneer er kinderen bij betrokken zijn. De vraag welke rechter bevoegd is, welk recht van toepassing is en hoe afspraken over de kinderen internationaal worden erkend, vergt gespecialiseerde juridische kennis. In dit artikel bespreken wij de belangrijkste aspecten van een internationale echtscheiding met kinderen vanuit Nederlands perspectief.
Welke rechter is bevoegd? De Brussel IIter-verordening
De bevoegdheid van de rechter bij internationale echtscheidingen binnen de EU wordt geregeld door de Brussel IIter-verordening (Verordening 2019/1111), die sinds 1 augustus 2022 de oudere Brussel IIbis-verordening heeft vervangen. Voor de echtscheiding zelf gelden meerdere bevoegdheidsgronden. De rechter van de lidstaat waar beide echtgenoten hun gewone verblijfplaats hebben, is bevoegd. Maar ook de rechter van de laatste gemeenschappelijke verblijfplaats (als een van hen daar nog woont), de verblijfplaats van de verweerder, of de gemeenschappelijke nationaliteit van de echtgenoten kan bevoegdheid vestigen. Voor beslissingen over ouderlijk gezag en omgangsregelingen is in beginsel de rechter van de gewone verblijfplaats van het kind bevoegd (artikel 7 Brussel IIter). Dit kan een andere rechter zijn dan degene die over de echtscheiding oordeelt.
Welk recht is van toepassing op de echtscheiding?
De vraag welk recht van toepassing is op de echtscheiding zelf, wordt voor EU-lidstaten beantwoord door de Rome III-verordening (Verordening 1259/2010). Echtgenoten kunnen zelf kiezen welk recht van toepassing is: het recht van de staat van hun gewone verblijfplaats, het recht van hun laatste gemeenschappelijke verblijfplaats (mits een van hen daar nog woont), het recht van de nationaliteit van een van hen, of het recht van het forum (de aangezochte rechter). Als er geen rechtskeuze is gemaakt, wordt het toepasselijke recht bepaald aan de hand van een cascaderegeling. Voor het ouderlijk gezag en de omgangsregeling geldt het Haags Kinderbeschermingsverdrag (1996), dat verwijst naar het recht van de gewone verblijfplaats van het kind.
Ouderlijk gezag bij internationale echtscheiding
Het ouderlijk gezag is een van de meest gevoelige onderwerpen bij een internationale echtscheiding. In Nederland hebben beide ouders na een scheiding in beginsel gezamenlijk gezag (artikel 1:251 lid 2 BW), tenzij de rechter anders bepaalt. In andere landen kan dit anders zijn. Het Haags Kinderbeschermingsverdrag bepaalt dat het gezag wordt beheerst door het recht van de gewone verblijfplaats van het kind. Als het kind in Nederland woont, geldt dus Nederlands recht voor het gezag, ongeacht de nationaliteit van de ouders. Als het gezag in het buitenland is vastgesteld, wordt dit in Nederland erkend op grond van artikel 16 van het verdrag. Problemen ontstaan wanneer ouders in verschillende landen wonen en er conflicterende beslissingen zijn over het gezag.
Internationale kinderontvoering
Een van de grootste risico's bij een internationale echtscheiding is dat een ouder het kind meeneemt naar het buitenland zonder toestemming van de andere ouder. Dit wordt aangemerkt als internationale kinderontvoering in de zin van het Haags Kinderontvoeringsverdrag (1980). Op grond van dit verdrag moet een ongeoorloofd overgebracht kind zo snel mogelijk worden teruggeleid naar het land van zijn gewone verblijfplaats. In Nederland wordt een verzoek tot teruggeleiding behandeld door de rechtbank Den Haag. De procedure is bedoeld om snel te verlopen: de rechter moet in beginsel binnen zes weken beslissen. Teruggeleiding kan alleen worden geweigerd in uitzonderlijke omstandigheden, zoals een ernstig risico dat het kind wordt blootgesteld aan lichamelijk of geestelijk gevaar (artikel 13 lid 1 sub b van het verdrag).
Het ouderschapsplan bij internationale echtscheiding
Ook bij een internationale echtscheiding is een ouderschapsplan verplicht als er minderjarige kinderen zijn (artikel 815 lid 2 Rv). Het ouderschapsplan moet afspraken bevatten over de verdeling van zorg- en opvoedingstaken, de omgangsregeling, de informatie-uitwisseling over het kind, en de kinderalimentatie. Bij een internationale situatie zijn er extra aandachtspunten: hoe wordt omgang geregeld als ouders in verschillende landen wonen? Wie betaalt de reiskosten? Hoe worden vakanties internationaal verdeeld? Wat zijn de regels voor verhuizing naar een ander land? Het is essentieel dat het ouderschapsplan duidelijk en gedetailleerd is, omdat handhaving over grenzen heen complexer is dan binnen Nederland.
Internationale alimentatie
Voor grensoverschrijdende alimentatiekwesties geldt het Haags Alimentatieprotocol (2007) voor de bepaling van het toepasselijke recht en de EU-Alimentatieverordening (Verordening 4/2009) voor de bevoegdheid en erkenning van alimentatiebeslissingen. Hoofdregel is dat het recht van de gewone verblijfplaats van de alimentatiegerechtigde van toepassing is. Een in Nederland vastgestelde alimentatiebeschikking kan op grond van de EU-Alimentatieverordening in andere EU-lidstaten worden erkend en ten uitvoer gelegd zonder exequaturprocedure. Dit betekent dat u de beslissing van de Nederlandse rechter direct kunt laten uitvoeren in een ander EU-land. Voor landen buiten de EU is de situatie complexer en hangt af van bilaterale verdragen.
Verhuizing naar het buitenland met kinderen
Na een echtscheiding kan een ouder de wens hebben om met de kinderen naar het buitenland te verhuizen. Dit mag niet zonder toestemming van de andere ouder als deze ook het gezag heeft. Als de andere ouder weigert, moet de verhuizende ouder toestemming vragen aan de rechter (artikel 1:253a BW). De rechter maakt een belangenafweging op basis van de criteria uit het arrest van de Hoge Raad in de zaak over verhuizing (HR 25 april 2008, NJ 2008/414). De rechter weegt onder meer mee: de noodzaak van de verhuizing, de mate waarin de verhuizing is doordacht, het contact met de andere ouder na verhuizing, de leeftijd van de kinderen en hun binding met de huidige omgeving, en eventuele alternatieven voor de verhuizing. De bewijslast ligt bij de verhuizende ouder.
Praktische aanbevelingen
Schakel zo vroeg mogelijk een advocaat in die gespecialiseerd is in internationaal familierecht. Verzamel alle relevante documenten, waaronder geboorteakten, huwelijksakte, verblijfsvergunningen en eerdere gerechtelijke beslissingen. Maak duidelijke afspraken over de jurisdictie en het toepasselijke recht, bij voorkeur vastgelegd in een rechtskeuzeovereenkomst. Zorg voor een gedetailleerd ouderschapsplan dat rekening houdt met de internationale dimensie. Wees u bewust van het risico van kinderontvoering en neem preventieve maatregelen als u zich zorgen maakt, zoals een verbod op afgifte van een paspoort of een melding bij de Centrale Autoriteit Internationale Kinderaangelegenheden (Ca). Bij Advocaat bij Scheiden hebben wij ruime ervaring met internationale echtscheidingen en staan wij u graag bij.