Na een scheiding zijn beide ouders wettelijk verplicht om bij te dragen aan de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Deze verplichting staat in artikel 1:404 van het Burgerlijk Wetboek en geldt ongeacht of de ouders getrouwd waren, een geregistreerd partnerschap hadden of samenwoonden. Kinderalimentatie loopt door totdat het kind 21 jaar wordt, al verandert de aard van de verplichting bij 18 jaar van verzorging en opvoeding naar levensonderhoud en studie.
De behoefte van het kind: hoeveel kost een kind?
De eerste stap bij het berekenen van kinderalimentatie is het vaststellen van de behoefte van het kind. De behoefte wordt bepaald aan de hand van het netto gezinsinkomen tijdens het huwelijk en het aantal kinderen. Hiervoor worden de Nibud-tabellen gebruikt die jaarlijks worden geactualiseerd. Het uitgangspunt is dat kinderen na de scheiding dezelfde levensstandaard moeten kunnen behouden als tijdens het huwelijk. De Nibud-tabellen zijn gebaseerd op uitgebreid onderzoek naar wat Nederlandse gezinnen gemiddeld uitgeven aan hun kinderen. Dit bedrag omvat de kosten voor voeding, kleding, wonen, school, sport, verzekeringen en zakgeld.
Draagkracht: wat kan elke ouder betalen?
De tweede stap is het berekenen van de draagkracht van elke ouder. Draagkracht is het bedrag dat een ouder kan missen voor kinderalimentatie na aftrek van de noodzakelijke eigen kosten. Bij de berekening van de draagkracht wordt gekeken naar het netto besteedbaar inkomen, verminderd met een vast forfaitair bedrag voor de kosten van levensonderhoud (de zogenaamde draagkrachttabel). Daarnaast worden bepaalde lasten meegewogen, zoals woonlasten en ziektekosten. Schulden kunnen in sommige gevallen ook meewegen, maar alleen als ze niet-verwijtbaar en niet-vermijdbaar zijn. De rechter beoordeelt dit per geval.
De verdeling tussen beide ouders
Nadat de behoefte en de draagkracht zijn vastgesteld, wordt bepaald hoe de kosten van het kind over beide ouders worden verdeeld. Dit gebeurt naar rato van ieders draagkracht. Als vader een draagkracht heeft van 2.000 euro en moeder van 1.000 euro, dan betaalt vader twee derde en moeder een derde van de kosten. Vervolgens wordt een zorgkorting toegepast. De zorgkorting is een percentage van de kosten van het kind dat wordt afgetrokken van het aandeel van de alimentatieplichtige ouder, omdat deze ouder ook zelf kosten maakt tijdens de zorgmomenten. De zorgkorting varieert van 15% (bij minder dan een dag per week) tot 35% (bij een co-ouderschapsregeling).
Indexering: jaarlijkse verhoging
Elk jaar wordt de kinderalimentatie automatisch geindexeerd. De minister van Justitie en Veiligheid stelt jaarlijks het indexeringspercentage vast op basis van het loonindexcijfer. In 2026 bedraagt het indexeringspercentage 3,3%. Deze indexering geldt voor alle alimentatieverplichtingen, zowel kinderalimentatie als partneralimentatie, tenzij partijen uitdrukkelijk anders zijn overeengekomen. De indexering vindt automatisch plaats per 1 januari van elk jaar. Als alimentatiebetaler bent u verplicht de indexering toe te passen; u hoeft hier geen aparte rechterlijke beslissing voor te hebben.
Wijziging van kinderalimentatie
Kinderalimentatie kan worden gewijzigd als er sprake is van een relevante wijziging van omstandigheden (artikel 1:401 BW). Voorbeelden zijn: verlies van werk, een nieuwe baan met ander salaris, hertrouwen of samenwonen met een nieuwe partner die ook kinderen heeft, of een verandering in de zorgverdeling. U kunt samen met uw ex-partner nieuwe afspraken maken, of als dat niet lukt, een wijzigingsverzoek indienen bij de rechtbank. Het is verstandig om juridisch advies in te winnen voordat u actie onderneemt, want een verkeerd berekende alimentatie kan grote financiele gevolgen hebben.
Heeft u vragen over kinderalimentatie of wilt u laten berekenen hoeveel alimentatie u moet betalen of ontvangen? Neem contact op met onze familierechtadvocaten. Wij maken een nauwkeurige berekening op basis van uw persoonlijke situatie.