Een goed is zodanig aan een persoon verbonden dat het niet in de gemeenschap valt en niet verdeeld hoeft te worden.

Verknochtheid is een uitzondering op het beginsel dat alle goederen in de gemeenschap van goederen vallen en bij echtscheiding moeten worden verdeeld. Een goed is verknocht als het naar zijn aard zodanig aan een van de echtgenoten is verbonden dat het niet in de gemeenschap zou moeten vallen. Voorbeelden zijn smartengelduitkeringen en sommige arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. De Hoge Raad heeft bepaald dat verknochtheid per geval moet worden beoordeeld.

De smartengelduitkering werd wegens verknochtheid buiten de verdeling gehouden.

Bron: Art. 1:94 lid 5 BW (oud: lid 3)

Hulp nodig bij uw scheiding?

Plan een gratis adviesgesprek met een van onze familierecht-specialisten. Wij spreken uw taal.